Thomasgemeente: 9 januari: Matthes 3: 13-17/ 1 Korinthirs. 1: 10-17 ds. Fia Oomen

 

Gemeente van de opgestane Heer,

 

De hoge tonen van de Kerst liggen weer even achter ons, de prachtige muziek, mooie iconen, de blijde boodschap vertolkt in musicals en open huizen, feestelijke maaltijden en wat al niet meer. In 1 van de kerstvieringen vroeg ik een dementerende vrouw, gevangen in onrust die gaandeweg intens betrokken raakte, het slotgebed te bidden. Dat was heel spannend maar ze deed het. En sloot haar gebed af met de woorden: ?God, dat wij U altijd met ere zullen ontvangen?. Hier speelde, naar mijn overtuiging, de Geest een grote rol... en haar fijnzinnigheid. Maar ?het altijd? is wel een groots verlangen. Zo werkt het helaas niet (altijd), want deze vrouw, wij mensen, leven al te vaak bij de dag, en hebben daar de handen vol aan. Misschien juist dan? als? we niet aan kerstfeest toekwamen f alle kerstspullen weer opruimden.

 

Zo konden we milieuvriendelijk, via de Nieuwsbode, onze dennenbomen weer kwijt, de lichtjes en de ballen en de kerststal met de os en de ezel verdwenen naar zolder, en we herschikten onze huiskamers. Dat moet ook wel, anders verstoort het letterlijk onze binnenhuisarchitectuur. Maar figuurlijk hebben veel mensen, zo is mijn ervaring, juist na de Kerst eveneens een herschikking nodig en behoefte aan (onderling)pastoraat. Omdat tegen de achtergrond van heel dat licht overgoten feest het eigen donker zo zichtbaar werd. Wij zingen misschien daarom ook zo veel en vaak met Kerst boven onszelf uit. Voluit het ?Ere zij God; of tastend het lied wat Cees Savelkouls, mijn voorganger dichtte op oude muziek:

Lang geleden, heel dichtbij, beelden waaien op in mij,

liedjes uit een oude doos, een kribbekindje o, zo broos,

een stal, een ster, schapen en herders niet ver,

je voelt je overmant, hier raakt aan een ander land.

Refrein: en haast te laat, voel je dat een engel langs je gaat.

 

Maar als de sneeuw weer drap wordt, het vuurwerk afgeschoten, de rivieren dreigen over te stromen, de vermoeidheid teveel geist heeft, dan kan alles soms zo leeg aanvoelen, alsof die engel toch te laat voor je is geweest. Vaak opent zo?n gesprek zich binnen de Warande dan met: blij dat de feestdagen weer voorbij zijn. Gepaard gaande met een diepe zucht.

 

Die verzuchting kennen we eigenlijk allemaal wel. De achterliggende redenen vaak wat minder, want hoe verschillend kunnen die wel niet zijn. Maar midden in dat alles worden de lezingen van vandaag gelegd. Of misschien zoemt dat gebed nog na, juist omdat het van een mens kwam die in haar dementie de grond onder haar bestaan verloor. En dan toch? Onwillekeurig vraag je je af: liggen de feestdagen nu voor of achter haar?

 

In ieder geval zet het kerstfeest zich in de kerk pas goed door met de openbaring van de Heer, op de epifanie-zondagen. Eerst aan 3 wijzen uit het Oosten. Zij worden al zoekend gevonden en knielen voor Jezus neer. De waarheid wordt concreet, het heil voor de hele wereld zichtbaar. Koningen worden deze wijzen ook wel genoemd. Of zijn wijzen sowieso van Koninklijke bloede?

 

Vandaag voegt zich bij deze Epifanie de doop van Jezus in de Jordaan. In de spiritualiteit van de oosterse kerk speelt deze doop een belangrijke rol. De Stem zelf vertelt wie deze Jezus is, Daarin vindt er- voor de Oosterse Liturgie- tegelijk een openbaring plaats van de Heilige Drievuldigheid. En niet voor niets is deze dag voor oosters-orthodoxe christenen het eigenlijke kerstfeest. Aangrijpend is het te beseffen dat zoals Jezus, die wanneer nauwelijks het kraambezoek vertrokken is, al moet vluchten, ook de Koptische kerk midden in hun kerstfeest naar het leven wordt gestaan. Zo lijkt al wie in het spoor van kerst wil leven, op zoek naar het licht der wereld, altijd weer bedreigd te worden. Want nog steeds staan er nieuwe Herodessen op, in en buiten onszelf, die het licht willen uitdoven.

Middenin deze bedreiging valt dus de evangelielezing van vanmorgen. Zo?n dertig jaar is Jezus nu. En Hij verlaat Nazareth. Op weg naar de rivier de Jordaan. Op die plek brengt Johannes de Doper heel wat mensen op de been. Een begenadigd prediker zouden wij deze Johannes noemen. Daarbij? hij durft het wel te zeggen. Niet voor niets werd hij door de Engel aan Zacharias als een profeet aangekondigd. Hoogst ongewone dingen waren er sindsdien gebeurd. Daarna bleef het lang stil. Maar vandaag? Opnieuw staat ons geen alledaagse scne te wachten. En hoe kunnen wij deze openbaring verstaan zodat er nieuw licht valt op ons leven.

Hoewel wij alles achteraf lezen, is het volk bij Mattheus ook ?vol verwachting? In afwachting van een wereld die anders zal zijn, gretig om nieuwe woorden te horen, ware woorden! Daarom verlieten velen huis en werk, op weg naar die profeet. Zoals ook de wijzen alles achter lieten om de ster achterna te gaan, die hen bracht bij het koningskind, dat een nieuwe toekomst opendoet. Maar je kunt geen nieuwe wereld verwachten wanneer je zelf niet mee verandert. Daar refereert Paulus aan in zijn brief aan de Corinthirs, n.a.v. de doop. En Mattheus besluit fijntjes de geschiedenis van de Wijzen uit het Oosten: zij moesten langs een andere weg terug.

Figuurlijk vanwege Herodes, maar er zit misschien nog een laag onder. Wanneer je eenmaal knielt voor de openbaring van God, of wanneer je gedoopt bent, dan mag je er op vertrouwen dat Hij een nieuw begin met jou maakt. Met andere woorden, zowel de beweging van het durven knielen als het doopwater, is een symbool van onze opstanding met Christus uit de dood. Toen en nu en altijd. En zij keren terug naar hun huis, hun land, hun dagelijks werk, maar langs een andere weg.

En Jezus? Ook Hij verlaat zijn werk, zijn stad, zijn vader en moeder, om zich bij Johannes te voegen. Terugkeren zal Hij niet, zijn thuis zal ergens anders blijken te zijn. Gaandeweg steeds weer kiezend: ?niet mijn wil maar Uw wil geschiedde?. Dat leert ons hoe belangrijk onze keuzemomenten zijn, dat je je in beroering laat brengen. En ergens onderweg zal het zijn, het moment, dat God zich openbaart.

 

En midden in de mensenmassa treffen we Jezus aan, luisterend naar Johannes de Doper. Daarop gaat Hij gewoon in de rij staan, net als iedereen, moet Hij wachten op zijn beurt om gedoopt te worden. Maar Johannes herkent Hem. Hij ziet Jezus op zich af komen en wt dat deze vl sterker is dan hijzelf. Hij weet het, vanwaar, hoe?..

Dat wordt niet verteld maar zoals hij nog ongeboren al opsprong van vreugde in de schoot van zijn moeder, zo weet hij ook nu. Later zal ook hij de momenten gaan leren kennen dat hij het niet meer zo zeker weet. En laat hij aan Jezus vragen: Bent U het die we verwachten of?Maar hier beseft de Doper dat deze Jezus degene is, bij wie hij nog niet waardig is om de riem van zijn sandalen los te maken. Volgens de evangelist wil Johannes hem tegenhouden. En hij weigert hem te dopen. Maar Jezus blijft aandringen en Johannes kan niet anders dan zich overgeven aan Gods wil.

Johannes begint op die manier iets af te leren. Namelijk het, altijd weer, moeilijk uit te roeien denken in hoog en laag, in meer en minder. Bij Paulus verloopt dat langs de lijnen van wie mensen gedoopt had. En ook in onze kerkgeschiedenis bracht dat punt van de doop altijd weer scheiding, of was minstens een punt van onenigheid, de n zich meer de ware kerk voelend dan de ander. Een verdeling met vrome termen bekleed.

Johannes buigt zich en wordt al buigende pas groot in zijn werkelijke roeping? dat aan bekering liefde voorafgaat. En Jezus gaat kopje onder in ons mensenbestaan. Onderlangs zal hij bovenkomen, zoals we met Pasen vieren. Zoals we straks zullen zingen in ons slotlied. Want meer dan tot bekering oproepen is het symbool van de doop. Het gaat vooraf aan wat al wat nog komt. Het is daarin ook een handtekening van God op alle lege bladzijden van ons leven, namelijk: jij bent mijn kind, mijn zoon, mijn dochter. Tot over de dood, of dwars daar doorheen.

Zo vallen vanmorgen 2 lijnen samen. Die van de openbaring van de Heer bij zijn doop en de brief van Paulus aan een gemeente van zijn tijd over de doop. Maar prachtig is dit verhaal juist vandaag. Want aldus wordt gerechtigheid vervuld. Omdat Johannes prediking gemakkelijk op onze angst appelleert. En van dreiging is nog nooit iemand echt beter geworden. Jezus ontkent niet wat Johannes zegt over bekering maar hij ziet de dingen anders. Het gaat hem niet om objectieve gerechtigheid, hoe zeer het nastreven waard. Het gaat God om de mens zelf, om diens hart; dat wordt geraakt door liefde en niet echt bereikt door dreiging. En ook niet door verdeling in hoog of laag, of door je te laten voorstaan op het: ik ben van die en ik ben van die. Zelfs niet met een beroep op: ik ben van Christus. Aldus Paulus. Is Christus soms gedeeld, zo houdt hij de gemeente voor.

De ?volle? gerechtigheid? ligt dan ook in de overgave van ons hart. Zo gaat Jezus de doop in, en zegt aan Johannes: ?laat mij die gerechtigheid nu volbrengen?. Zo daalt Hij af in de diepte, zoals op een wel heel sprekende icoon van de doop te zien is. In die zin gaat hij dieper dan zijn voorloper. Jezus wendt zich tot God in volledige overgave. En wat die inhoudt dat zal uit zijn verdere leven wel blijken.

Als antwoord op die volledige overgave klinkt dan die Stem, die zegt: ?Deze mens heeft verstaan waar het om gaat. Door deze overgave is hij de man naar mijn hart. Op Hem rust mijn Geest. En misschien was dat het wel waar ik door geraakt werd zonder het op dat moment helemaal te verstaan: toen die vrouw tijdens de kerstviering bad: ?Dat wij U altijd met ere zullen ontvangen?. Ook op haar rustte de geest. In haar overgave. En wat die voor haar, zo kwetsbaar staande in haar einde, zal inhouden? Ook dat zal dan onderweg wel blijken. Maar minstens, denk ik, dat die Stem haar geopenbaard zal worden: ?Jij bent mijn kind, jij hebt verstaan waar het om gaat. Op jouw rust mijn geest. Kome wat komt?.

Oude teksten verbinden Jesaja met de lezing van vanmorgen. En daarmee wil ik ook besluiten ?Als een herder zal Hij zijn schapen weiden, in zijn armen ze samenbrengen, de lammeren dragen tegen zijn boezem, de schapen met zachte hand geleiden.?

D God, d Vader mogen we nze Vader noemen! Zijn Zoon ons heil, de Geest degene die het ons doet verstaan. Moge het zo zijn, Amen